AMAVIWORLD

Waarom is het belangrijk dat kinderen zichzelf herkennen in boeken?

Representatie is geen kwestie van tellen hoeveel personages van kleur er in een boek staan. Het gaat om het verschil tussen een spiegel en een raam, en om wat een kind leert als het nooit een spiegel te zien krijgt.

Omdat een kind dat zichzelf nooit ziet in een boek daar een onbedoelde les uit leert: dat hoofdrollen voor anderen zijn. Dat werkt twee kanten op, ook voor het kind dat wél altijd een spiegel krijgt. Hieronder waarom dat zo is, en waarom het verschil tussen een hoofdrol en een bijrol daarbij net zo veel gewicht heeft als de vraag of een personage er überhaupt is.

Waarom dit stuk geen lijstje is

De meeste content over dit onderwerp is een lijst met boektitels, en dat is waardevol, maar het beantwoordt niet de vraag waaróm die lijst ertoe doet. Dit artikel doet dat wel: geen titels, maar de mechaniek erachter. Wie op zoek is naar concrete boeken vindt die elders op deze site.

Spiegels en ramen

De Amerikaanse hoogleraar kinderliteratuur Rudine Sims Bishop beschreef in 1990 in een veelgeciteerd essay drie functies die een boek voor een kind kan hebben: een spiegel, een raam, en een schuifdeur. Een spiegel laat een kind zichzelf terugzien, in uiterlijk, gezin, taal of manier van leven. Een raam laat het een wereld zien die niet de zijne is. Een schuifdeur gaat een stap verder: het kind stapt de andere wereld ook echt binnen en leeft even mee.

Geen enkel kind hoort alleen spiegels te krijgen, en geen enkel kind hoort alleen ramen te krijgen. Het probleem is dat de verdeling in de praktijk scheef ligt, en niet toevallig in dezelfde richting. Van alle personages in Nederlandse prentenboeken is 84 procent wit, tegenover een geschat aandeel van 19 tot 28 procent kinderen van kleur onder de kinderen die deze boeken lezen (Stichting Lezen, 2021). Voor een wit kind is de boekenkast bijna uitsluitend spiegels. Voor een kind van kleur is diezelfde boekenkast bijna uitsluitend ramen.

Wat er gebeurt als een kind zichzelf nooit terugziet

Het effect is niet dat een kind zich er dramatisch slecht door voelt. Het effect is subtieler en daardoor hardnekkiger: een kind leert, zonder dat iemand het met zoveel woorden zegt, welk soort personage een hoofdrol verdient en welk soort personage aan de zijlijn staat. Niet omdat een volwassene dat ooit uitspreekt, maar omdat de honderden boeken die een kind tussen zijn tweede en zijn twaalfde voorgelezen krijgt, samen dat patroon laten zien.

Dat patroon werkt door in wat een kind later voor vanzelfsprekend houdt: wie de held is in een verhaal, wie de sidekick, wie er wordt gered en wie er redt. Een kind trekt daar geen bewuste conclusie uit. Het internaliseert het, precies omdat er niemand is die het tegenspreekt.

Dat is ook waarom dit onderwerp zich niet laat oplossen met één goed boek. Eén spiegel tussen honderd ramen verandert het patroon niet, net zomin als één raam tussen honderd spiegels een wit kind ineens een breder beeld geeft. Het gaat om de verhouding over de volle breedte van wat een kind te lezen krijgt, niet om een enkele uitzondering die het gemiddelde moet goedmaken.

Waarom dit ook voor witte kinderen uitmaakt

Dit is het deel dat het makkelijkst wordt overgeslagen, en het is minstens zo belangrijk. Een wit kind dat vrijwel uitsluitend spiegels krijgt, leert evengoed een les, alleen een onzichtbare: dat de wereld eruitziet zoals hij of zij eruitziet, en dat dat de norm is waar andere achtergronden een uitzondering op zijn.

Een raam, een boek waarin de hoofdpersoon een ander leven leidt, een andere taal spreekt of er anders uitziet, is voor dit kind geen goed doel voor een ander. Het is net zo hard nodig als de spiegel voor het kind van kleur, om precies dezelfde reden: het corrigeert een aanname die anders nooit wordt tegengesproken. Een kind dat alleen ramen op zichzelf krijgt aangeboden mist zelfherkenning; een kind dat alleen spiegels krijgt aangeboden mist perspectief. Geen van beide missers voelt voor het kind zelf als een gemis, en dat maakt ze allebei makkelijk om over het hoofd te zien.

Hoofdrol tegenover bijrol

Hier zit het onderscheid waar de meeste tellingen aan voorbijgaan. Een diversiteitscijfer telt elk personage van kleur mee, ongeacht de rol die het speelt. Maar een bijfiguur zonder eigen naam, zonder eigen doel en zonder een fout die hij zelf mag maken, doet niet hetzelfde werk als een hoofdpersoon.

Het verschil is precies waar spiegel en raam elkaar raken. Een hoofdpersoon van kleur met een eigen verhaal is een volwaardige spiegel voor het kind dat zichzelf erin herkent, en een volwaardig raam voor het kind dat dat niet doet: het leert die wereld kennen via een personage met een innerlijk leven, niet via een figurant. Een bijfiguur zonder eigen verhaal is voor geen van beide kinderen een sterke spiegel of een sterk raam. Hij is decor.

Dat is de reden dat een telling van “hoeveel diversiteit zit er in dit boek” nooit het hele verhaal vertelt. De vraag die ertoe doet is niet alleen wie er in het boek voorkomt, maar wie er de held van is.

Een simpele test helpt hier verder dan een telling: kun je navertellen wat het personage van kleur in het verhaal wílde, waar hij bang voor was, en welke fout hij zelf maakte en herstelde? Kan dat niet, en blijft het bij een uiterlijke beschrijving, dan is de kans groot dat je naar decor kijkt in plaats van naar een personage.

Wat dit in de praktijk betekent voor een boekenkast

Niemand hoeft een boekenkast opnieuw samen te stellen om dit recht te zetten. Het begint bij opletten: bij het volgende boek dat je koopt of leent, is de hoofdpersoon een spiegel voor je kind of een raam? En als het antwoord al tien keer op rij hetzelfde is geweest, is de volgende keer een goed moment om bewust voor het andere te kiezen. Niet als plicht, maar omdat een boekenkast met alleen het ene of het andere een kind maar de helft van het werk laat zien dat een verhaal kan doen.

Hetzelfde geldt voor een school- of klassenbibliotheek, alleen dan op grotere schaal: één plank vol spiegels voor de meerderheid en één los boek als excuus voor de rest is geen representatieve collectie, hoe goedbedoeld ook. Een collectie die recht doet aan de kinderen die ervan lezen, is een collectie waarin niemand structureel alleen ramen krijgt.

Dat is ook precies de reden dat er op deze site zowel een lijst met Nederlandse kinderboeken met een zwarte hoofdpersoon staat als een gids over Surinaamse en Antilliaanse personages: spiegels vinden voor het kind dat ze nodig heeft, is niet moeilijk zodra je weet waar je naar zoekt. Amavi en zijn vrienden is, ergens onderaan dit rijtje, één zo’n spiegel voor de kinderen die hem nodig hebben, en tegelijk een raam voor ieder ander kind dat het boek leest.

Kleurplaten die hierbij horen

Gratis om te printen, voor het rustige moment tussen het buitenspelen door.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen representatie en diversiteit in kinderboeken?

Diversiteit gaat over de optelsom: hoeveel verschillende achtergronden staan er in een boek of een collectie. Representatie gaat een stap verder en kijkt naar de rol: heeft dat personage een eigen verhaal, een eigen binnenwereld en een naam die iemand onthoudt, of is het er alleen bij om de tekening kleurrijker te maken. Een boek kan divers zijn zonder dat er iemand goed gerepresenteerd wordt.

Wat is de 'spiegels en ramen'-theorie uit de kinderliteratuur?

De Amerikaanse hoogleraar Rudine Sims Bishop beschreef in 1990 boeken als spiegels, ramen en schuifdeuren. Een spiegel laat een kind zichzelf zien, een raam laat het een andere wereld zien, en een schuifdeur laat het die wereld ook echt binnenstappen. Een gezonde boekenkast heeft van allebei, spiegels en ramen, en niet alleen het ene of het andere.

Waarom is representatie ook belangrijk voor witte kinderen?

Een kind dat alleen ooit boeken leest waarin de hoofdpersoon op hem lijkt, leert een onbedoelde les: dat de wereld en het verhaal om hem draaien. Ramen, boeken over een ander leven, zijn nodig om die aanname tegen te spreken. Zonder ramen groeit een kind op met een beperkter beeld van wie er hoofdrollen verdient, ook al voelt dat gemis zelf niet aan als een gemis.

Maakt het uit of een personage van kleur een hoofdrol of een bijrol heeft?

Ja, en dat verschil wordt in tellingen vaak genegeerd. Een bijfiguur van kleur zonder eigen verhaal, motivatie of gevoelsleven telt mee in een diversiteitscijfer, maar geeft een kind niet de ervaring van een spiegel. Pas een hoofdrol, met een eigen naam, een eigen doel en een eigen fout die hij mag maken, doet dat werk echt.